<iframe src="https://www.googletagmanager.com/ns.html?id=GTM-M7CRG83" height="0" width="0" style="display:none;visibility:hidden">
Inloggen Demo
088 49 59 000

Kantoorgebouw De Blend

Vleutensevaart 100

3532 AD Utrecht (NL)

Welk type persoonlijkheidstesten zet je wanneer in?

Ixly biedt de Werkgerelateerde Persoonlijkheidsvragenlijst en de vragenlijst Carrièrewaarden zowel in de normatieve als de ipsatieve vorm aan. Wij krijgen vaak de vraag welk format het best kan worden ingezet. Hoewel je beide formats in veel verschillende situaties met nauwkeurige resultaten in kunt zetten , is het voor een prettige ervaring voor de kandidaat en een duidelijke profielschets, inderdaad soms handig de verschillende mogelijkheden te overwegen. Ixly onderscheid drie formats, namelijk het ipsatieve, normatieve en compacte format.

Welk vraagtype gebruik je wanneer? Wat zijn de kenmerken en voordelen van de één ten opzichte van de ander? Laten we de verschillen eens onder de loep nemen.

Hoe zat het ook alweer? Ipsatief versus Normatief.

Een ipsatief testformat is relevant wanneer je inzicht wil krijgen in de voorkeuren van een kandidaat: welke persoonlijkheidseigenschappen en werkwaarden zijn meer kenmerkend voor diegene dan andere eigenschappen of werkwaarden? De ipsatieve vraagstelling zorgt ervoor dat iemand moet kiezen tussen twee stellingen; welke stelling is het meest van toepassing? Zo levert de vragenlijst een scherp profiel op. Een voorbeeld van een ipsatieve vraagstelling is als volgt:

Ipsatieve_vraagstelling

Het normatieve testformat is meer relevant wanneer je een waarheidsgetrouwe weergave wilt verkrijgen van de persoonlijkheidskenmerken en werkwaarden van een kandidaat: in hoeverre bezit de kandidaat bepaalde eigenschappen? Bij een normatieve vraagstelling heeft de kandidaat de keuze uit een vijftal antwoorden, waar de kandidaat op basis van een likert-schaal aangeeft in hoeverre hij/zij zich in de desbetreffende stelling herkent. Een voorbeeld van een normatieve vraagstelling is als volgt:

normatieve_vraagstelling

Dit zijn in grote lijnen verschillen tussen de testformats op basis van de vorm van vraagstelling. Het is echter niet juist te concluderen dat een ipsatieve vragenlijst geen waarheidsgetrouw beeld van de kandidaat geeft of dat de normatieve vragenlijst geen goed inzicht geeft in de voorkeuren van de kandidaat. Voor onze WPV en Carrierewaardenvragenlijst geldt dat beide vragenlijsten voor deze doeleinden goed inzetbaar zijn, zowel in selectie- als in adviessituaties. Vaak berust een keuze voor het ipsatieve of normatieve vragenlijst op de persoonlijke voorkeur van de testafnemer. Hieronder geven we enkele suggesties aan de hand van onze eigen vragenlijsten.

De Werkgerelateerde Persoonlijkheid Vragenlijst: Ipsatief of Normatief?

De normatieve versie van de Werkgerelateerde Persoonlijkheid Vragenlijst (WPV) is zowel in te zetten voor selectie- als adviesvraagstukken. De vragenlijst geeft een realistische weergave van het door de kandidaat gekozen antwoordpatroon. Bovendien ervaren de kandidaten de normatieve versie vaak als prettiger om in te vullen dan de ipsatieve versie. Het risico van een normatieve vragenlijst is echter dat er soms een minder scherp profiel uitkomt dan gewenst is. Het is voor de kandidaat immers makkelijker weinig uitersten te kiezen, en overal zeer gemiddeld op te scoren, dan bij een ipsatieve versie van een vragenlijst. Gelukkig is dit risico kleiner dan het lijkt. Bij de rapportage van de WPV Normatief, hebben wij namelijk de consistente, het zelfbeeld en de antwoordtendentie van de kandidaat inzichtelijk gemaakt. Deze weergave maakt het mogelijk in te schatten in hoeverre een kandidaat de vragenlijst zelfkritisch of sociaal wenselijk heeft ingevuld (meer lezen? zie deze blog).

WPV-zelfbeeld-consistentie

In het geval dat er inderdaad sprake is van een erg zelfkritisch of sociaal wenselijk profiel, kan men er in een gesprek met de kandidaat aandacht aan besteden of tevens een ipsatieve versie inzetten.

Bij de ipsatieve versie wordt het de kandidaat überhaupt lastiger gemaakt sociaal wenselijk te antwoorden. (lees meer in de blog over sociaal wenselijk invullen) Iemand wordt immers gedwongen een keuze te maken tussen stellingen, zelfs wanneer beide onwenselijk zijn. Deze gedwongen keuze zorgt ervoor dat kandidaten het invullen van de test over het algemeen als iets minder prettig ervaren dan de normatieve versie, maar zorgt vervolgens ook voor een scherper profiel. Helaas is de ipsatieve versie niet helemaal vrij van risico’s. Bij deze vorm ontstaat namelijk de vraag of de gedwongen keuze nog wel een waarheidsgetrouwe weergave van gedragseigenschappen als resultaat heeft. Een klassieke ipsatieve vragenlijst zal immers resulteren in een hoge score op maar enkele gedragseigenschappen: je kunt simpelweg niet evenveel voor alle opties kiezen, je móet de één prefereren boven de ander. Bij de ipsatieve versie van de WPV hebben we dit echter methodologisch opgelost. Onze vragenlijst is namelijk quasi-ipsatief, wat in het kort neerkomt op een verschil in het aantal items per schaal en een iets andere weging van scores. Zo hebben we ervoor gezorgd dat de uitslag wel degelijk iets zegt over alle beschikbare gedragseigenschappen.

Tot slot is het belangrijk te noemen dat beide testformats zowel een selectie- als adviesnormgroep hebben. Per situatie worden antwoorden van kandidaten dus vergeleken met kandidaten in dezelfde situatie. Zo worden eventuele verschillen in scores tussen de verschillende situaties, bijvoorbeeld het sociaal wenselijk invullen in een selectiesituatie, meegenomen in de uitslagen.

Conclusie: Zowel de ipsatieve als normatieve WPV kunt u in advies- en in selectiesituaties inzetten. Welke vragenlijst u daadwerkelijk inzet is een kwestie van persoonlijke voorkeur. Aan de hand van de hierboven geschetste kenmerken kunt u bijvoorbeeld een aantal zaken nagaan: Is het belangrijk dat de kandidaat de vragenlijst relatief eenvoudig kan invullen? Is het belangrijk een scherp profiel te krijgen? Heeft u de mogelijkheid een gesprek aan te gaan met de kandidaat?

Carrière Waarden: Ipsatief of Normatief?

De vragenlijst Carrière Waarden (CW) wordt vaak ingezet bij selectie om te achterhalen of de kandidaat ook daadwerkelijk gemotiveerd is om de werkzaamheden en arbeidsvoorwaarden die horen bij een functie uit te voeren. Om deze reden adviseren wij vaak om gebruik te maken van de CW Ipsatief. Bij het achterhalen van motivatie wil je namelijk voorkomen dat een kandidaat wil laten zien dat hij/zij erg gemotiveerd is en de vragenlijst, bewust of onbewust, op zo’n manier invult dat hij/zij overal erg hoog op scoort.  Zoals ook uit onze bespreking van de WPV (zie hiervoor) naar voren kwam, is het lastiger een ipsatieve vragenlijst op die manier in te vullen.

Ipsatief-normatief-e1512473592172

Ook voor adviesvraagstukken is het van belang een voorkeur voor bepaalde werkzaamheden en arbeidsvoorwaarden naar voren te krijgen, zodat hier de nadruk van sturing en eventuele coaching op kan worden gelegd. Voor een scherp profiel is de CW Ipsatief daarom ook in deze situatie aan te raden. In adviessituaties kan men echter ook aannemen dat de vragenlijst wordt ingevuld, waardoor de CW normatief ook goed kan worden ingezet en wellicht wat stress kan wegnemen bij kandidaten die het lastig vinden keuzes te maken.  

Tot slot is het ook voor de Carrièrewaarden vragenlijst belangrijk te noemen dat beide testformats zowel een selectie- als adviesnormgroep hebben. Per situatie worden antwoorden van kandidaten dus vergeleken met kandidaten in dezelfde situatie. Zo worden eventuele verschillen in scores tussen de verschillende situaties, bijvoorbeeld het sociaal wenselijk invullen in een selectiesituatie, meegenomen in de uitslag.

Conclusie: Bij carrièrewaarden adviseren wij vaker de CW ipsatief, omdat deze test in de praktijk meestal in situaties wordt gebruikt waarin adviseurs de voorkeuren van een kandidaat scherp naar voren willen laten komen. Toch blijft de conclusie dat ook de normatieve testvorm goed bruikbaar is in adviessituaties en soms vanuit het perspectief van de kandidaat een gebruiksvriendelijker instrument is.

Carrierewaarden en WPV Compact

Naast een normatief en ipsatief testformat is er ook de mogelijkheid een compact testformat in te zetten. Dit testformat is speciaal afgestemd op lager opgeleide kandidaten/kandidaten met een lagere taalbeheersing. De vragen die in deze vragenlijst aan bod komen zijn namelijk ook geschikt voor kandidaten met een B1 taalniveau. De compacte versie van de WPV kent geen Ipsatief testformat, wij hebben tot op heden alleen een normatieve versie ontwikkeld. Lager opgeleide kandidaten ervaren namelijk vaker hinder van de geforceerde keuze die een ipsatieve versie hen oplegt. Wanneer zij het met beide stellingen niet eens of juist wel eens zijn, kunnen ze de taak om er één te kiezen als erg moeilijk ervaren. Zoals eerder onderbouwd is puur een normatieve compacte test geen enkel probleem, omdat zowel de normatieve als ipsatieve versie geschikt is voor zowel een selectie- als adviesvraagstuk.   

Voor de CW is er in plaats van een compacte versie een aparte test door ons ontwikkeld, de Werkwaarden (WW) genaamd. Ook de vraagstelling van de WW is toegankelijk voor kandidaten met een B1 taalniveau. Deze test betreft een normatieve vraagstelling, om

dezelfde reden dat de WPV Compact een normatieve vraagstelling betreft.

Ixly