Inloggen Demo
088 49 59 000

Kantoorgebouw De Blend

Vleutensevaart 100

3532 AD Utrecht (NL)

Factsheet Morele Waarden

Naast intelligentietest hebben integriteitstesten een voorspellende waarde op arbeidsprestaties (Bloemers & van der Molen, 2004).

Beschrijving

Integere personen handelen naar hun opvattingen en beloftes. De Morele Waarden vragenlijst kan in relatief korte tijd (15-20 minuten) een beeld geven van de kans dat iemand moreel gedrag zal vertonen. Dit zegt iets over de integriteit van een persoon. Morele Waarden geeft een beeld van een aantal schalen die betrekking hebben op moreel gedrag, te weten: Bescheidenheid, Oprechtheid, Normbesef, Vermijden van Materialisme.

Ontwikkeling

Bij de ontwikkeling van deze vragenlijst is gebruik gemaakt van de factor Integriteit (Honesty-Humility) van de HEXACO persoonlijkheidsvragenlijst, waarvan gebleken is dat deze een goede voorspellende waarde heeft voor werkprestatie (Van der Heijden, 2009). Hierbij is uitgegaan van de vier onderliggende begrippen (Bescheidenheid, Oprechtheid, Normbesef, Vermijden van Materialisme). Er zijn diverse eerdere versies van de Morele Waarden vragenlijst geweest. Op basis van onderzoek is gekeken welke vragen het beste functioneerden, hierbij zijn vragen aangepast of verwijderd. Ook is de structuur van de vragenlijst verbeterd aan de hand van factoranalyses. De huidige Morele Waarden vragenlijst bestaat uit 56 vragen. Bij elke vraag geven kandidaten aan in hoeverre de stelling op hun van toepassing is. Zie hiervoor ook Figuur 1.

Figuur 1. Voorbeeldopgave Morele Waarden vragenlijst

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van een vragenlijst geeft een indicatie van de nauwkeurigheid van het instrument. Het begrip heeft betrekking op de reproduceerbaarheid van de gemeten uitkomsten. De betrouwbaarheid van de (algemene) factorscore is berekend met de formule voor de gestratificeerde alfa (zie Nunnally, 1978, p. 248). Deze betrouwbaarheid was .94 en dus zeer hoog. De generaliseerbaarheid wordt berekend met de formule voor alfa waarbij echter niet de items als eenheid worden genomen, maar de schaalscores (zie Snijders, Tellegen & Laros, 1988). De generaliseerbaarheid geeft de verwachte correlatie met een factorscore gebaseerd op een andere, even grote steekproef van schaalscores uit hetzelfde domein van de betreffende factor. De generaliseerbaarheid was .79 en daarmee ook voldoende te noemen.

Tabel1_FactsheetMoreleWaarden

In Tabel 1 staan de betrouwbaarheden van de vier schalen weergegeven. Deze zijn, naar de richtlijnen van de COTAN (2009), voldoende tot goed te noemen. Dit betekent dat de vragenlijst, wat betreft de betrouwbaarheid, voor selectiedoeleinden gebruikt kan worden.

Validiteit

De validiteit van een test geeft een indicatie van de mate waarin het instrument daadwerkelijk het construct meet dat de test pretendeert te meten.  In het geval van de Morele Waardenvragenlijst geldt: meet de vragenlijst daadwerkelijk de morele waarden van een persoon. Om de validiteit van de Morele Waardenvragenlijst vast te kunnen stellen wordt in de eerste plaats naar de test zelf gekeken, de interne validiteit. Een andere manier om de validiteit van een test te bepalen is door de test te vergelijken met andere tests, die het criterium vormen. Hiervoor heeft een onderzoek plaatsgevonden waarmee de externe validiteit van de Morele Waardenvragenlijst onderzocht is.

Interne validiteit

Om de interne structuur van de vragenlijst te onderzoeken zijn er diverse (factor) analyses gedaan die bewijs leveren voor de interne validiteit van de vragenlijst. De structuur van de vragenlijst is in overeenstemming met de structuur van morele waarden uit de literatuur, met een algemene (hoofd)factor waaronder een aantal lager liggende schalen meer differentiatie geven. Voor details van deze analyse verwijzen we u naar Addendum Handleiding Morele Waarden.

Externe validiteit

Om een uitspraak te kunnen doen over de externe validiteit is een onderzoek uitgevoerd met de Werkgerelateerde Persoonlijkheidsvragenlijst (WPV). De relatie tussen beide tests is weergegeven in Tabel 2.

Tabel_2_FactsheetMoreleWaarden

De schalen van de Morele Waardenvragenlijst correleren verklaarbaar met de schalen van de WPV. Zo is er een significant negatieve relatie te zien tussen de schaal Bescheidenheid en schalen die iets zeggen over iemands neiging tot het uitoefenen van Invloed. Waarbij bescheiden mensen lager scoren op invloedschalen. Daarnaast is te zien dat de schaal Normbesef een positieve relatie heeft met de schalen die gaan over iemands neiging tot het aanbrengen van structuur. Mensen die hoger scoren op het zich houden aan regels en nauwkeurig werken, hebben ook een hoger normbesef. Verder is te zien dat mensen die hoog scoren op het Vermijden van Materialisme ook lager scoren op schalen die gaan over willen winnen (competitie) en waarde hechten aan aanzien (status). Ten slotte blijkt dat mensen die hoger scoren op Oprechtheid tevens hoger scoren op de factor Sociabiliteit. Mensen die oprechter zijn, zijn ook hartelijker, zorgzamer en sociaal vaardiger. Voor een uitgebreidere toelichting verwijzen we u naar de Handleiding Morele Waarden.

Uit de beschreven resultaten met betrekking tot de samenhang van de schalen van de WPV en de Morele Waardenvragenlijst kan een samenhang tussen de verschillende schalen gezien worden. Deze resultaten dragen bij aan de externe validiteit van de vragenlijst.

Normgroep

De Morele Waarden vragenlijst bevat een selectie normgroep (N = 458) die gewogen is, zodat deze representatief is voor de beroepsbevolking van Nederland (data CBS 2018). Deze normgroep heeft de test dus in een selectiesituatie ingevuld. Voor een volledige beschrijving van de normgroep, verwijzen we u naar de Addendum Handleiding Morele Waarden.

Toepassing

De vragenlijst kan in een situatie ingezet worden waarbij het van belang is meer te weten te komen over de morele waarden van een persoon. De vragenlijst kan ingevuld worden door een ieder die deel uitmaakt van de Nederlandse beroepsbevolking. Bij selectiesituaties geeft deze vragenlijst een indicatie van de mate waarin de sollicitant integer gedrag zal gaan vertonen en het rapport kan een leidraad vormen voor het gesprek op individueel niveau.

Referenties

Bloemers, W., & Molen, H. van der (2004). Het (genegeerde) belang van intelligentie voor arbeidsprestaties. Opleiding & Ontwikkeling, mei 2004, 3-9. 

Nunnally J. C. (1978). Psychometric Theory. USA: McGraw-Hill, inc.

Snijders, J. Th., Tellegen, P. J., & Laros, J. A. (1988). S.O.N.-R 5½-17 Verantwoording en Handleiding. Groningen: Wolters-Noordhoff BV.