Inloggen Demo
088 49 59 000

Kantoorgebouw De Blend

Vleutensevaart 100

3532 AD Utrecht (NL)

Assessment | State of the art online testing

Hoe oefen je een assessment?

Bij het oefenen van een assessment gaat het vooral om intelligentietesten. Om je goed voor te bereiden op een assessment is het belangrijker om te leren hóe je de test aanpakt, dan een specifieke test te leren of veel testen te maken. Hier zullen enkele voorbeelden volgen.

Wil je zelf een paar tests oefenen?

Assessment oefenen

Figurenreeksen oefenen

Een veelgebruikte test is Figurenreeksen. De bedoeling is dat je in een serie abstracte figuren een overeenkomst of een volgorde ontdekt. Er zullen enkele oefenvragen van het LTP, een HR-Adviesbureau, volgen om het soort achterliggende redeneringen te bespreken.

Voorbeeld 1

LTP-DS-voorbeeldopgave-1

Selecteer uit de onderste rij figuren één figuur die bij de bovenste rij past. Het juiste antwoord hier is A, het linker plaatje.

Er komt namelijk steeds één cirkel bij.  Dus 1 cirkel, 2 cirkels, 3 cirkels, 4 cirkels. De volgende afbeelding moet dus 5 cirkels bevatten. De vierkantjes dienen ervoor je af te leiden. Denk niet te moeilijk, de plaatsing van de cirkels is niet van belang.

Voorbeeld 2

LTP-DS-oefenopgave-1

Welke van de onderste vier plaatjes hoort bij de bovenste vier? Je aandacht richt zich waarschijnlijk meteen naar de cirkel, het vierkant en de driehoek, maar dat is niet het enige wat belangrijk is. Het gaat om het grid van punten: die bestaat uit vier bij vier punten. Twee antwoorden vallen direct af, B en D blijven over. Vervolgens zie je dat ieder plaatje een cirkel, een vierkant en een driehoek heeft. Dus B is het goede antwoord.

Verder valt op dat hier geen sprake is van een reeks, een volgorde. Het gaat om de samenhang en de volgorde is irrelevant.  Bij een tijdsgebonden test kun je je hier behoorlijk op verkijken. 

Voorbeeld 3

LTP-DS-oefenopgave-6

Welk figuur van de onderste rij hoort bij de bovenste rij? Het valt op dat de figuren in de bovenste rij één vette streep hebben. Maar meerdere antwoorden hebben ook een vette streep. De figuren hebben allemaal meerdere lijnen. De meeste hebben 3 lijnen, alleen het derde figuur heeft 2 lijnen. De lijnen helpen daarom niet verder het juiste antwoord te vinden. 

Het antwoord is te vinden door te kijken naar het aantal vlakken. Dat zijn er drie of zes. Het goede antwoord is direct duidelijk. Het juiste figuur lijkt op het eerste gezicht helemaal niet op één van de bovenste vier.

Oefentesten zijn niet gelijk aan de echte testen

Oefentesten zijn vaak makkelijker dan de ‘echte’ testen. De tijddruk is een stuk lager, omdat oefentesten vaak niet aan tijd gebonden zijn. Ook de normgroep is vaak strenger. Oefensites hebben jou als klant (met hun reclame) en die willen je een goed gevoel geven. Dus verkijk je niet op de oefentesten. Als je daar goed scoort, wil dat nog niet zeggen dat je bij een echte test ook goed presteert.

 

De bedrieger bedrogen

Pas er voor op dat je niet in een baan belandt die een hoger intelligentieniveau vraagt dan je feitelijk hebt. Want al kom je misschien door het assessment, de werkelijke test is pas later, in de praktijk. Je moet het wel waar kunnen maken.

Cijferreeksen

Cijferreeksen is eveneens een veelgebruikte intelligentietest. Een echte hersenkraker. Uit een reeks getallen moet je de volgende kiezen. Wanneer je oefent, probeer vooral te begrijpen wat de achterliggende logica is. Dan herken je sneller hoe een vraag in elkaar steekt en kun je op alle soorten Cijferreeksen-testen laten zien wat je werkelijk kunt.

Eenvoudigere reeksen

1 – 4 – 9 – 16 – ? Op de plaats van het vraagteken moet 25 staan. Deze reeks komt veel voor als voorbeeld. Je neemt steeds het kwadraat, dus 1 x 1, dan 2 x 2, 3 x 3 enzovoorts.

1 – 1 – 2 – 4 – 7 – ? Bij deze reeks wordt er steeds een hoger getal toegevoegd. Dus eerst komt er 0 bij, dan 1, dan 2 en dan 3 enzovoorts. Wat noteer je dan bij het vraagteken?

Optellen, vermenigvuldigen en aftrekken

3 – 5 – 10 – 8 – 10 – ? Krijg je het al warm? Het antwoord is 20. Begrijp je waarom? Eerst 2 erbij, dan met 2 vermenigvuldigen, dan 2 eraf. En dan begin je weer opnieuw, met 2 erbij enz. De laatste 10 doe je weer keer 2.

Overgeslagen getallen

1 – 3 – 2 – 6 – 4 – 9 – 8 – 12 – ? Het antwoord is 16. We gaan van 1 naar 2 naar 4 naar 8, het verdubbelt steeds. De tussenliggende getallen vormen een aparte reeks om je af te leiden. Bij deze reeks tel je er telkens 3 bij op. Echt instinkers dus! Je herkent ze soms omdat er dan meer getallen staan.

Wat betekent het oefenen voor assessmentbureaus?

Houd er als assessment psycholoog rekening mee dat alle kandidaten zich goed voorbereiden op een assessment. Dat is ook prima, je wilt tenslotte weten wat de maximale prestatie is. Het is ook niet erg wanneer kandidaten oefenen, door een combinatie van instrumenten is te verwachten dat een betrouwbaar beeld van de kandidaat ontstaat.

Meer weten over waarom een assessment inzetten, de kosten van een assessment of de top 3 assessmenttesten? Ga naar Alles over assessments.

Meer weten over online assessments?

Neem contact op